Soms sluit ik mijn ogen en zie ik het weer haarscherp voor me. De tijd dat mijn kleinkind – of mijn eigen kind, dat weet ik soms niet meer uit elkaar te houden – nog simpelweg rondkroop. Het was een overzichtelijke tijd. Je kocht een rammelaar met felle kleurtjes, pakte het onhandig in, en bij het openmaken werd je getrakteerd op een kraai van plezier en een natte zoen. Sinterklaasavonden waren gevuld met stuiterende kinderen die al gelukkig waren met een doos LEGO of een nieuwe barbie. De dankbaarheid was tastbaar, het cadeau een schot in de roos.
Ik mis die tijd. Echt waar.
Want nu? Nu is dat schattige, knuffelbare kind getransformeerd in een mysterieus wezen dat ‘Tiener’ heet. Ze dragen hoodies die groot genoeg zijn om in te kamperen, communiceren voornamelijk via onverstaanbare gromgeluiden en kijken naar hun telefoons alsof daar de zin van het leven op geschreven staat. En hun verlanglijstje? Dat is voor mij net zo leesbaar als egyptische hiërogliefen uit een vergeten tombe. Cadeaus kopen voor de jeugd van tegenwoordig is geen hobby meer, het is topsport. En ik heb het nare gevoel dat ik de spelregels niet meer ken.
Het digitale moeras: V-Bucks en luchtbellen
Mijn onzekerheid begon laatst toen ik mijn kleinzoon vroeg wat hij wilde hebben. "V-Bucks, oma," zei hij zonder op te kijken van zijn scherm. Ik dacht oprecht dat hij het over een nieuwe koffietent had, zoiets als starbucks. Maar nee, na wat uitleg (en veel gezucht zijnerzijds) bleek het digitaal geld te zijn. Geld dat niet bestaat, voor in een computerspelletje. En wat koopt hij daar dan van? Skins. Dat zijn dus kleren voor een digitaal poppetje dat op een eiland andere poppetjes neerschiet.
Daar sta je dan in de speelgoedwinkel, met je handen in het haar. Ik ben van de generatie die iets wil geven. Iets met gewicht. Iets dat je kunt vastpakken, schudden en uitpakken. Ik wil een boek geven dat lekker ruikt, een bordspel voor op zondagmiddag, of een mooie, warme sjaal voor op de fiets. maar ik weet wat er gebeurt als ik met die sjaal aankom. Dan krijg ik de blik. Een dodelijke mengeling van medelijden, teleurstelling en ongemak. "Oh. Dankjewel. Leuk." en hup, die sjaal verdwijnt voor eeuwig onderin de kast, naast de andere goedbedoelde missers.
De mode-valkuil: Gatenkaas voor 80 euro
"Dan koop ik wel kleren," dacht ik optimistisch. Fout. De modewereld van tieners is een mijnenveld waar ik zonder kleerscheuren niet doorheen kom. Ik zag in de etalage een broek hangen waar meer gaten in zaten dan in mijn vergiet. "Dat is mode, mevrouw," zei de verkoopster met een stalen gezicht. Ik weigerde pertinent tachtig euro te betalen voor een kapotte broek. Dat gaat tegen al mijn principes in.
Dus deed ik wat elke verstandige ouder zou doen: ik kocht een hele nette, degelijke spijkerbroek. Zonder gaten. een fatale vergissing. Blijkbaar was het model 'Skinny' vorig jaar in, en is het nu 'Baggy', 'Mom jeans' of 'Flare' (pardon?). Het resultaat was pijnlijk. Ik heb geld uitgegeven aan iets dat ze nooit gaan dragen omdat het "echt cringe" is. Wat dat ook mag betekenen, het klonk niet als een compliment.
De armoede van het envelopje
Uiteindelijk zwicht ik vaak, moegestreden. Ik doe geld in een envelop. natuurlijk zijn ze er dolblij mee. Dat zie ik aan hun ogen, die heel even oplichten van hun telefoonscherm. Ze rekenen in hun hoofd al uit hoeveel 'V-Bucks' of make-up ze ervan kunnen kopen. Maar voor mij voelt het als falen. Een envelop is zo... zakelijk. Zo koud. Ik wil laten zien dat ik ze ken, dat ik weet wie ze zijn. Ik wil ze verwennen met aandacht. Een envelop met vijftig euro zegt eigenlijk: "Ik geef het op, zoek het zelf maar uit."
De verlossing: De digitale vredesduif
Maar lieve mede-boomers, er is hoop aan de horizon. Ik heb de strijd gestaakt en de vijand – de technologie – omarmd.
Mijn kinderen wezen me op Kerstlijst.be. Eerst sputterde ik tegen. "Moet dat nou ook al via die computer? Kan het niet gewoon op een briefje?" maar eerlijk is eerlijk: het is een verademing. mijn kleindochter zet daar nu precies op welke dagcrème ze wil. Blijkbaar smeert ze spul op haar gezicht dat duurder is dan mijn fles whisky, maar dat terzijde. Ze zet er een linkje bij. Ik klik erop, ik zie het plaatje, ik zie de prijs en ik weet: dit is het.
Het neemt alle stress weg. Geen gedoe meer met de verkeerde kledingmaat. Geen paniek in de winkel over welke 'PlayStation-kaart' de juiste is. En het mooiste van alles: ik kan het nog steeds zelf kopen en inpakken. zo geef ik toch een fysiek pakje, met strik en al, maar wel met de garantie dat het niet de volgende dag op Marktplaats staat. Ik zie de vreugde van het krijgen, zonder de angst voor de teleurstelling.
Dus, slik je trots in. We snappen hun wereld misschien niet meer (waarom kijken ze filmpjes van ándere mensen die een spelletje spelen?), maar we kunnen ze wel blij maken. Laat ze zo'n online lijstje maken. Het bespaart je een hoge bloeddruk in de winkelstraat en het bewaart de vrede aan de kersttafel.
En die kapotte broeken? Die strijk ik stiekem wel dicht als ze een keer komen logeren. Dat is dan weer mijn kleine wraak.